Ima Stokvis "Ik ben niet perfectionistisch"

Het is nog maar anderhalf jaar geleden dat mij voor het eerst voorzichtig werd verteld - door een therapeut - dat ik perfectionistisch ben. Mijn reactie: “Perfectionistisch? Nééé joh! Nee, dat kan niet. Daarvoor doe ik veel te weinig goed, ik streef daar niet eens naar. Nee, ik loop overal veel te veel de kantjes van af. Nee, echt niet. Ik ben echt zeker niet perfectionistisch."


Achteraf voelde ik me helemaal vereerd dat iemand met autoriteit - want zij had er immers voor gestudeerd - dacht dat ik dingen goed deed, of in elk geval wilde doen. Als ik daar nu aan denk dan kan ik me wel voor de kop slaan. Het was het begin van een heel lang proces van acceptatie.

When we first met

Laat ik eerst eens beginnen bij het begin. Ik heb zelf een vrij ingewikkelde studie- en middelbare schoolcarrière achter de rug. Het ging of héél goed, of héél slecht. Er speelde ook wel het één en ander - een chronisch zieke vader, die uiteindelijk tijdens mijn studie overleed-, dus ik dacht eigenlijk altijd dat mijn wisselende resultaten daaraan te wijten waren. En dat was voor een deel waarschijnlijk ook zo, maar inmiddels zie ik ook de duidelijk rol die perfectionisme hierbij gespeeld heeft.


Het eerste moment van perfectionisme dat ik mij kan herinneren, was tijdens het schrijven van een proefsollicitatiebrief voor Nederlands. Het ging met een klasgenoot over slechte eigenschappen en hoe je dat het beste een “negatieve eigenschap” kan noemen waar ook goede kanten aanzitten. Zoals bijvoorbeeld perfectionisme. De uitleg die me erover is bijgebleven is dat je enerzijds dingen wel heel goed wil doen waardoor je kan doorslaan, maar anderzijds is het goede nieuws dat je dingen wel heel goed doet. Op dat moment dacht ik: “AHA! Die moet ik onthouden, wat een goeie! Dus het lijkt alsof je een slechte eigenschap noemt, maar in feite zeg je dus dat je dingen altijd alleen maar goed doet.” En daar ontstond mijn foutieve beeld van perfectionisme.

Best een misvatten en er heerst een gedachte dat perfectionisme iets goeds is of dat het bij perfectionisten gaat om mensen die bijna perfect zijn of dat in elk geval willen of denken te zijn. Zelf had ik er ook een totaal ander beeld bij, waardoor ik perfectionisme bij mezelf niet herkende. Ik keek namelijk vooral naar de gebieden in mijn leven die naar mijn idee niet goed genoeg liepen, zoals wisselende studieresultaten, het huishouden dat écht niet altijd op orde was (en is), geld kunnen uitgeven als water in plaats van verstandig sparen, tijdens mijn studietijd de sociale aspecten verkiezen boven colleges, enzovoort. Dus, hoe kon ik nou perfectionistisch zijn?

Ik doe het alleen als ik het goed kan…anders niet

Een, in mijn hele leven terugkerend, patroon is het uit de weg gaan van het maken van fouten. Dit is al sinds ik heel jong ben terug te zien in mijn gedrag. Ik heb iets langer dan gemiddeld gedaan over mijn A-diploma en ik kan me nog herinneren dat ik zwemmen in die tijd ook helemaal niet leuk vond. Toen ik voor m’n B-diploma ging en inmiddels een van de betere zwemmers van de groep was geworden Is me bijgebleven dat: “wanneer het niet zo goed ging vond ik het niet leuk, maar nu het goed gaat vind ik het wel leuk” en ondanks mijn leeftijd realiseerde ik me op dat moment dat ik dat eigenlijk had met alles. Ik was op een leeftijd gekomen waarop ik oog begon te krijgen voor hoe anderen dingen deden. Zo was tekenen en knutselen iets wat ik altijd heb leuk gevonden, maar begon ik steeds meer door te krijgen dat mijn tekeningen en knutselwerken lang niet zo mooi waren als die van de anderen. Vond ik zelf dan. Dus langzaam maar zeker ging ik dat ook steeds minder doen. Ik kan me nog herinneren dat op een gegeven moment wanneer m’n moeder voorstelde om te gaan knutselen of tekenen ik het niet (of in elk geval steeds minder) wilde doen. Omdat “ik er toch niet goed in was”. In de klas was ik als er geknutseld moest worden meer de na-aper, want ik vond de ideeën van anderen altijd beter en dus maakte ik maar na wat anderen maakten en dan veel minder goed. Vond ik zelf.

Geen controle is falen

Naast het zo veel mogelijk willen vermijden van fouten, ben ik er inmiddels ook achter gekomen dat ik beschik over een ‘fixed mindset’. In tegenstelling tot mensen met een ‘growth mindset’ vind ik dat ik alles meteen enigszins goed moet kunnen en als dat dus niet het geval is, voelt het alsof ik faal. Een van de meest frustrerende dingen voor mij is ergens aan beginnen waar ik niet meteen controle over heb door het tenminste een beetje te kunnen. Gelukkig ben ik me daar nu van bewust en probeer ik het zo veel mogelijk op te merken als ik hier tegenaan loop en dan rationeel de beslissing te maken om toch echt door te zetten en het aan te gaan, want voorheen stopte ik dan dus gewoon. Terugkijkend heb vaak een vak laten vallen als ik het niet meteen goed genoeg begreep en het gewisseld voor een ander vak waar ik wel meteen de controle over had. Het gevolg is een heel onsamenhangend, veel te brede, master Rechtsgeleerdheid waardoor ik niet zo één-twee-drie de baan van m’n dromen kan bemachtigen in deze specialistische wereld. Een daar hebben we de volgende te pakken. “Dat ik niet zo heel makkelijk meteen de baan van mijn dromen kan krijgen”.

Perfectionisme is geen droombaan

Laat ik vooropstellen dat hoewel ik me ervan bewust ben dat bijna niemand zo gemakkelijk zijn of haar droombaan kan krijgen er wel enigszins een waarheid schuilt achter die gekke zin van hierboven. De juridische wereld is best een harde wereld waarin hoge eisen en verwachtingen worden gesteld aan de mensen die zich daarin bevinden. Dat heeft mijns inziens meer te maken met het enorme aanbod - want veel mensen gaan rechten studeren - dan met het vak zelf. Ik wil vooral duidelijk maken dat het wel enigszins klopt wat ik zeg: in de specialistische, harde, juridische wereld sta je in elk geval een streepje voor met het juiste curriculum (en cijfers, en nevenactiviteiten, etc.) maar ik ben me er ook van bewust dat dit in meerdere sectoren geldt. Hoe dan ook: voor mij dus de extra harde taak om zonder dat streepje voor bij die droombaan te komen.


Mijn eerste baan vond ik niet juridisch genoeg. Ik had daarnaast geen werktelefoon, hoefde nooit in het weekend te werken of over te werken en het was eigenlijk een beetje repetitief. Beetje contrast met wat ik normaal zag. Ik ging op zoek naar iets anders en 6 maanden na de start dacht ik gevonden te hebben wat ik nodig had en besloot ik weg te gaan bij mijn eerste echte baan. Dit zou het zijn, mijn juridische droombaan. Wat leidde tot een harde realitycheck. Binnen een jaar zat ik thuis op de bank met een bore-out/burn-out. Enerzijds was er wéér werk dat niet aan de verwachtingen voldeed. Ik verveelde me kapot, het was saai, repetitief, niet uitdagend en ik werd gek van de stress dat dit dus niet mijn droombaan was terwijl het nu toch echt mijn tweede baan al was. Die paar verantwoordelijkheden die ik had nam ik veel te serieus. Ik kon me over het maken van een lijst met bewijsstukken al zo druk maken dat ik ’s nachts wakker schoot of ik niet per ongeluk bewijsstuk A en B had omgeruild en zo waren er nog veel van dit soort dingen waardoor ik daadwerkelijk veel stress creëerde voor mezelf. Als ik vond dat ik niet snel genoeg had gewerkt, ging ik extra werken in het weekend. Als ik het gevoel had dat iets niet grondig genoeg werd uitgezocht, ging ik daar in eigen tijd nog voor zitten. Allerlei dingen die niet van me werden verwacht en ook dat kon ik niet uitstaan. Ik kon niet uitstaan dat ik in een omgeving werkte waar (naar mijn idee) zo weinig werd verwacht. Gek werd ik ervan. Letterlijk…bijna dan. Dat dit misschien betekende dat ik een overdreven gevoel van betrokkenheid/verantwoordelijkheid ervaarde is iets wat ik pas veel later ben gaan inzien.

Mijn verwachtingen zijn niet vol te houden

Ik schrijf dit ook met enige schaamte omdat ik mijn eigen verwachtingen inmiddels echt absurd ben gaan vinden. Want naast werk sport ik veel wil ik dit het liefst vòòr werk doen, En sta ik elke dag om half 8 in de sportschool stond.Daarnaast heb ik ook graag een sociaal leven, nevenactiviteiten in de vorm van vrijwilligerswerk en een bestuursfunctie, een relatie heb, naast de sportschool ook nog graag hardloop en m’n eigen gezonde eten mee neem naar werk…het circus compleet. Ik trek dingen in extreme en ben daarbij ook een control freak. Deze combi is vaak terug te zien bij perfectionisten.


Ik snap het als je nu denkt: “Maar waarom wil je dit? Dat is toch helemaal geen leuk leven?” Dat klopt denk ik ergens wel. Inmiddels heb ik opgemerkt dat er een soort schuldgevoel is als ik dat perfectionisme niet bedien. Ik heb geleerd dat dat schuldgevoel en hier dan vaker tegenin gaan. Een goed voorbeeld hiervan: Toen ik aan het re-integreren was stond ik een keer onder de douche. Ik had me voorgenomen om 11 uur op kantoor te zijn, maar had geen tijd vanuit mijn werk meegekregen. Ik mocht zelf kiezen hoe laat ik er zou zijn, maar zoals altijd ben ikzelf degene die het strengst is en het moest dus 11 uur zijn. Ik had om dat te halen een klein beetje haast en tijdens het douchen hoorde ik m’n hoofd ineens schreeuwen “SCHIET OP! JE HEBT HIER GEEN TIJD VOOR! ZET DIE DOUCHE UIT!!”. Ik merkte het en had eigenlijk een beetje zoiets van “Pardon? Dat bepaal ik zelf wel”. Als reactie op die onvriendelijke toon ben ik nog even blijven staan onder de douche, omdat ik heb besloten niet meer te luisteren naar de tiran in mezelf. Om heel eerlijk te zijn lukt dit nog steeds vaker niet dan wel. Maar het geeft niet. Het is een proces en ik geef mezelf de tijd.

Uitstelgedrag

Ik loop nog steeds tegen heel veel dingen aan, naast de bovengenoemde dingen houdt perfectionisme voor mij ook in dat ik extreem uitstelgedrag vertoon. Het meest recente voorbeeld is het schrijven van deze blog. Joya is een vriendin van mij die ik al heel lang ken - want we zaten samen op huiswerkklas - en ik heb haar zelf aangeboden deze blog te schrijven. Toen het moment eenmaal daar was heb ik echt pas op het allerlaatste moment de eerste letter op papier gezet. Het heeft me wel doen inzien waarom ik dit altijd doe. Ik zit mezelf zo erg in de weg met het goed willen doen van dit soort dingen, dat ik alleen op het laatste moment in staat ben perfectionisme los te laten. Tot de dag voor de deadline is kwaliteit namelijk voor mij zo belangrijk dat ik over alles twijfel of het wel goed genoeg is, vanaf de dag van de deadline moet je die hoge kwaliteitseis loslaten en is eigenlijk alleen het inleveren nog belangrijk waardoor mijn hoofd een stuk helderder wordt en de woorden veel makkelijker op papier komen. Het grappige is dat ik op de middelbare school twee keer getest ben op faalangst en dat de score beiden keren enorm hoog waren. En iedere keer dacht ik weer “Nee hoor, ik heb geen faalangst”. Er is me geloof ik wel zeker zes keer uitgelegd dat er verschillende vormen van faalangst zijn. Dat het er bij mij op leek dat ik bang was om fouten te maken, hoorde ik niet.

Het maken van een keuze hoort valt daar ook een beetje onder. Ik blijf wikken en wegen om zo de beste keuze te maken, en het krijgen van een schuldgevoel als het niet in lijn is met de perfectionist in mij is niet alleen heel vervelend, het maakt ook dat ik lang blijf twijfelen voor ik een beslissing maak. Dat die gekke perfectionist in mij helemaal niet zo’n geweldige raadgever is weet ik, toch sluipt het er nog steeds onopgemerkt in. Ik weet inmiddels dat ik niet nu al mijn droombaan hoef te hebben en dat elke stap die ik in het leven zet een volgende stap is. Omgaan met perfectionisme is af en toe er tegenin gaan. Beetje bij beetje. Streven naar kwaliteit is natuurlijk altijd goed, maar je moet het wel kunnen relativeren. Dus is nog een beetje aftasten.


Nieuwe baan

Inmiddels heb ik sinds een paar weken een nieuwe baan en werk ik weer fulltime. Ik zou 32 uur gaan werken, maar last minute toch besloten fulltime te gaan werken. Dat betekent in het kader van mijn functie dat ik 36 uur werk, maar 40 uur zou ook kunnen wegens drukte. Van de week besloten om de functie goed onder de knie te krijgen en de vier uurtjes extra ga pakken. Binnenkort wordt er eenmalig ook op zaterdag gewerkt en ben ik ook van de partij. Ik ben het eigenlijk helemaal niet met mezelf eens. Ik vind dat ik gewoon maximaal 36 uur moet werken. Maar ja, zeg ik dan tegen mezelf, ik wil toch wat extra oefenen dus het wordt voorlopig toch echt die 40 uur. Niemand verwacht dat, behalve ik zelf. Komen die hoge verwachtingen weer terug.


Of ik nu ben gestopt met de hele waslijst aan dagtaken van gezond eten en sporten tot de nevenactiviteiten? Nee. Ik vrees dat dat ergens toch ook een beetje de aard van het beestje is. Ik probeer wel waar ik kom open te zijn – indien nodig – over mijn valkuilen. Dus in mijn sollicitatiegesprek in mijn huidige baan ben ik gewoon eerlijk geweest over wat mijn sterke en zwakke punten zijn. Binnenkort kom ik in een nieuwe functie (zelfde organisatie) terecht en daarvoor kan ik kiezen uit twee functies. Beide functies lijken op het eerste oog nog niet helemaal mijn droombaan, maar voor een van de twee is in elk geval vereist dat je beslisvaardig bent en kunt loslaten. Daar heb ik toch even voor bedankt en eerlijk heb aangegeven daar nu nog niet aan toe te zijn. Daar merk ik weer aan dat de bewustzijn er is en ik beetje tegengas aan de perfectionist in mij heb kunnen geven die hier iets anders van vond.



Ima Stokvis

Ima is de sportieveling jurist die analytisch naar de wereld kijkt. Woont samen met haar vriend Joost in Amstelveen en ontdekt de wereld door te reizen.

LinkedIn

Instagram

39 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven